1. Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van gebaar en taal
De vrijheid van denken en de vrijheid van meningsuiting vormen de hoekstenen van een echt democratische samenleving waarin burgers hun rechten uitoefenen en effectief betrokken worden bij aangelegenheden van openbaar belang. Deze fundamentele vrijheden vinden hun weerslag op verschillende terreinen van de samenleving zoals mediavrijheid[i], academische vrijheid[ii] of vrijheid van kunsten en wetenschappen[iii]. In zijn standpunten en tijdens conferenties besteedt het Parlement bijzondere aandacht aan al deze kwesties[iv].
Met betrekking tot kunst erkent het Parlement dat de “bevordering van de Europese culturele verscheidenheid en van het bewustzijn van gemeenschappelijke wortels (…) gebaseerd [is] op de vrijheid van artistieke expressie (…)”[v]. Kunstenaars hebben lang gehunkerd naar die vrijheid, die het mogelijk maakt om originele en waardevolle werken te creëren.
Al sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is de bevrijding van de artistieke expressie op het doek een van de constanten binnen de abstracte stromingen, zowel in Europa als in de VS, of het nu gaat om informele kunst of om abstract expressionisme. Vaak zochten deze kunststromingen hun inspiratie in de vloeiende lijnen van de Chinese kalligrafie en de meditatieve staten van het zenboeddhisme.
Poets for Democracy
Poets for Democracy
Poets for Democracy
BURHAN DOĞANÇAY –
FELIX DROESE – Das Sichtbare des Unsichtbaren
ADOLF FROHNER –
LEANDER KAMPF & SAM ALEKKSANDRA –
Democratic Body
A. R. PENCK –
Tura Kultura
Tura Kultura
Tura Kultura
Tura Kultura
EMILIO VEDOVA –
Form of Freedom
Form of Freedom
PAT ANDREA –
GEORG BASELITZ –
JANNIS KOUNELLIS –
Het werk Homage to Calligraphy (1981) maakt deel uit van de Ribbon-verzameling en is een prachtig voorbeeld van het picturale oeuvre van de Turkse kunstenaar Burhan Doğançay (1929-2013) in zijn meest gestileerde en elegante vorm. De grillige, gebogen lijnen lijken los te komen van het doek en hangen als linten aan een denkbeeldige muur, als opvallend voorbeeld van de trompe-l’oeil die ons doet denken aan de islamitische kalligrafie.
Doğançay koesterde een ware passie voor het bestuderen van posters die in grote steden op muren werden geplakt. Halverwege de jaren 1970 begon hij aan een uitgebreide fotodocumentaire onder de naam “Walls of the World”. Met dit project sluit hij aan bij het werk van de Franse kunstenaar Jacques Villeglé, die in het begin van de jaren 1950 een pionier was binnen de straatkunst en een uitzonderlijke collectie décollagewerken met gescheurde stukjes poster voortbracht. Hierbij wordt aan de lagen posters en stukken papier op muren op straat en in metrostations in grote steden een esthetische waarde toegekend.
Terwijl in het werk van Doğançay sprake is van een gesimuleerd en kalligrafisch versnijden van het doek, versnijdt Felix Droese (geb. 1950) het doek daadwerkelijk in zijn werk uit 1986, Das Sichtbare des Unsichtbaren (Het zichtbare van het onzichtbare). Deze titel toont hoe onze denkbeelden en overtuigingen (het onzichtbare) onvermijdelijk onze materiële werkelijkheid (het zichtbare) beïnvloeden.
Voor Felix Droese gaan kunst en politiek activisme hand in hand. Een associatie die gedurende zijn hele carrière een uitdaging voor hem is gebleken. In 1970 schreef Droese zich in aan de kunstacademie van Düsseldorf waar hij studeerde bij Joseph Beuys. Droese was actief in antioorlogs-, anti-imperialistische en milieubewegingen en deed zijn vervangende maatschappelijke dienstplicht in een psychiatrische instelling. Droeses carrière kreeg vorm door demonstraties, een gevangenisstraf, journalistieke en andere associatieve samenwerkingen, verkiezingen en verschillende andere politieke ondernemingen.
De creatie en codificatie van een eigen autonome en persoonlijke taal waar veel vooraanstaande hedendaagse kunstenaars naar streven, is tevens een belangrijk element in het werk van A. R. Penck (1939-2017). Hij werd geboren als Ralf Winkler in het Duitse Dresden en nam in 1968 zijn pseudoniem “A. R. Penck” aan, naar de geoloog Albrecht Penck.
In de jaren 1960 ontwikkelde Penck een figuratieve esthetiek van stokfiguren en uniforme tekens en symbolen die doen denken aan prehistorische tekeningen. (…) Zijn esthetiek ontwikkelde zich verder tot het begin van de jaren 1970, in het toenmalige Oost-Berlijn in de Duitse Democratische Republiek (DDR). Onder de repressieve communistische regering werden Penck en zijn collega’s in de gaten gehouden door de geheime politie (Stasi) vanwege het avant-gardistische karakter en de politieke inhoud van hun werk[vi].
Penck ontwierp een soort cryptische, primitieve code die bedoeld was om elke vorm van censuur of controle te omzeilen. Hij ondertekende zijn werk met verschillende pseudoniemen, wat het makkelijker maakte om zijn schilderijen uit de Duitse Democratische Republiek te exporteren. In 1980 verhuisde Penck naar West-Duitsland en raakte hij bevriend met neo-expressionistische schilders als Markus Lüpertz en Jörg Immendorff[vii].
Emilio Vedova (1919-2006) van het werk Bianco e Nero (1964) is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het abstractionisme in het Italië van de 20e eeuw. Hij steunde het concept van kunst als revolutionair en politiek instrument. Vedova sloot zich in 1942 aan bij de antifascistische groep Corrente en ondertekende in 1946 samen met anderen in Milaan het manifest “Oltre Guernica”. De groep “Corrente” schaarde zich achter de Guernica van Picasso als symbool voor de strijd tegen barbarij en tirannie en als uitdrukking van een esthetiek die dit mogelijk maakt[viii]. De groep had geen vast programma, maar haar leden waren vastberaden om de “moderne” kunst te verdedigen op een ogenblik dat de campagne van de nazi’s tegen ontaarde kunst zich naar Italië uitbreidde. De schilderijen van Vedova uit de jaren 1950 en 1960 weerspiegelen zijn gevoeligheid voor de politieke ontwikkelingen van die tijd, zoals de revolutionaire protesten van 1968 in heel Europa. Bianco e Nero illustreert Vedova’s toevlucht tot abstractie als middel om zijn politieke voorkeur en verlangens over te brengen[ix].
De jonge artivisten onder leiding van Elena Poljuha maakten een reeks van vier acrylschilderijen onder de titel Tura Kultura (2024). Ze kozen voor een directe, bijna fysieke benadering van het schilderen en werkten gehurkt over een doek dat plat op de vloer van de studio werd gelegd. Deze methode, die een bijzonder directe en intieme interactie tussen de kunstenaar en het doek met zich meebrengt, lijkt op de actionpainting van Jackson Pollock.
Het resultaat is een levendig, plastisch en spontaan beeld dat doet denken aan de gewelddadigheid en nervositeit die kenmerkend zijn voor het werk van Adolf Frohner (1934-2007). In Odysseus auf der Suche (1997) reduceerde Frohner het menselijk lichaam tot een wazig silhouet van roodachtige, losse lijnen en grove, gefragmenteerde penseelstreken, alsof op het doek een uiteengereten lichaam was gestempeld. Deze vormeloze figuur, die het hele schilderij in beslag neemt, symboliseert de affiniteit van Frohner voor de agressieve performances van de Weense activisten in de jaren 1960, een vorm van esthetiek die nog steeds zichtbaar is in dit schilderij uit de late jaren 1990.
Ook de Deense schilder Claus Carstensen (geb. 1957) is vertrouwd met deze beeldende taal van het expressionisme, waarmee de ruwste en meest dramatische aspecten van de werkelijkheid niet alleen worden blootgelegd, maar ook op de voorgrond worden geplaatst. El Arba (1989) is een duidelijk voorbeeld van het sterke historische en politieke bewustzijn van Carstensen. Door de felle kleuren die hij gebruikt en de vaak gewelddadige en onaangename onderwerpen waarvoor hij graag kiest, daagt de kunstenaar de kijker openlijk uit. Dit blijkt duidelijk uit het onderwerp dat hij behandelt met “Souk El Arba”, een verlaten militair vliegveld uit de Tweede Wereldoorlog in Tunesië[x].
Critici die het werk van Carstensen hebben bestudeerd, gaven het volgende commentaar:
Claus (Carstensen) is geen donkere schilder in de klassieke zin van het woord. Hij schildert onderwerpen die niemand belicht wil zien. (…) Zijn werk gaat over krachtige, controversiële kwesties zoals vrije meningsuiting, totalitarisme, intimiteit en naaktheid. Zowel de onderwerpen als de stijl van Claus Carstensen zorgen ervoor dat we niet ontkomen aan zijn onophoudelijke kritiek op controle-instanties, absolutistische systemen, rigide categorieën en conventioneel denken[xi].
Het bewust ruwe en rudimentaire gebruik van materialen is een essentieel kenmerk van het autoreferentiële werk Composizione (1992) van Jannis Kounellis (1936-2017). Een jutezak en stukken steenkool bedekken gedeeltelijk een foto van zijn installatie bestaande uit twaalf levende paarden die hij in 1969 tentoonstelde in de galerie L’Attico in Rome. Deze installatie was een symbolische mijlpaal in de carrière van een van de sleutelfiguren van de kunststroming “Arte Povera”.
Hoewel er heel andere beelden worden gebruikt, hebben de figuratieve werken op papier Black Magic (1981) van Pat Andrea (geb. 1942) en Man with ball – beach picture (1981) van Georg Baselitz (geb. 1938) een provocerend en excentriek karakter dat vergelijkbaar is met de werken van Kounellis. Met zijn fijne en gedetailleerde tekening schetst Andrea op levendige wijze een scène tegen een sombere, dromerige achtergrond. Terugkerende thema’s in het werk van de kunstenaar zijn angst, verlangen, macht, wreedheid en erotiek. In het schilderij van Baselitz met soepele lijnen en aquarelkleuren vinden we een van zijn karakteristieke omgekeerde figuren terug. 1969 betekende een radicaal keerpunt voor Baselitz, toen hij besloot zijn onderwerpen ondersteboven te schilderen en weer te geven. Dit “omgekeerde” schilderij getuigt van zijn behoefte om onverstoord zijn eigen weg te gaan, een soort ongebondenheid die al was gebleken uit het pamflet “Pandämonisches Manifest” (1961-1962) dat hij samen met Eugen Schönebeck had geschreven[xii].
De vrijheid van expressie en de artistieke vrijheid die we vandaag de dag in Europa als normaal en fundamenteel beschouwen, namelijk de vrijheid van lichamelijke en mondelinge expressie, de vrijheid van denken, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van beweging, vormen stuk voor stuk de centrale motieven van de artivismewerken die in dit deel zijn gegroepeerd.
Democratic Body (2024) van Leander Kämpf en Sam Alekksandra is een videoperformance waarin Kämpf een dans uitvoert terwijl Alekksandra een gedicht voordraagt. De dans is gebaseerd op formele elementen die het resultaat waren van democratisch overleg. Deelnemers aan een online-enquête hadden op basis van bepaalde criteria en kenmerken (zoals de meest gebruikte lichaamsdelen, ritme, richting enz.) de structuur van de dans bepaald.
De Poetry Slam in de Tuin van de burgers (2024) bracht verschillende Europese dichters samen om hun werk te delen en vrijuit gedachten en indrukken uit te wisselen over de huidige situatie van de EU.
De immersieve installatie van Bozhana Slavkova met als titel Form of Freedom (2024), werd opgevat als een uitkristallisering van het vrije verkeer in de EU. Het is een subtiele en vederlichte metafoor voor de mogelijkheid om vrij te bewegen binnen de EU, een voorrecht dat voor vele generaties Europeanen in het verleden ondenkbaar was.
[i] Europese Commissie, “Europese verordening mediavrijheid”, te raadplegen via: https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/priorities-2019-2024/new-push-european-democracy/protecting-democracy/european-media-freedom-act_nl.
[ii] Europees Parlement, “EP Academic Freedom Monitor 2023”, beschikbaar op: https://www.europarl.europa.eu/thinktank/en/document/EPRS_STU(2024)757798;
Europees Parlement, “European Parliament Forum for Academic Freedom” (“Forum van het Europees Parlement voor academische vrijheid”), te raadplegen via: https://www.europarl.europa.eu/stoa/en/ep-academic-freedom.
[iii] Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, artikel 13 – De vrijheid van kunsten en wetenschappen: “De kunsten en het wetenschappelijk onderzoek zijn vrij. De academische vrijheid wordt geëerbiedigd.”
[iv] Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid), PB L, 2024/1083, 17.4.2024, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1083/oj?&locale=nl; Europees Parlement, Conference on media freedom and journalists under pressure (Conferentie over mediavrijheid en de bescherming van journalisten), 10 april 2024.
[v] Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 28 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2021-2027) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1295/2013, “Bevordering van de Europese culturele diversiteit en van het bewustzijn van gemeenschappelijke wortels is gebaseerd op de vrijheid van artistieke expressie, de capaciteiten en bekwaamheden van artiesten en culturele actoren en het bestaan van bloeiende en veerkrachtige culturele en creatieve sectoren in het openbare en particuliere domein en hun vermogen hun werken te creëren, te innoveren en te produceren en deze te verspreiden naar een groot en divers Europees publiek.” (PB C 108 van 26.3.2021, blz. 934).
[vi] Blumberg, N. en Yalzadeh, I., “A. R. Penck”, Encyclopaedia Brittanica, https://www.britannica.com/biography/A-R-Penck.
[vii] Beide schilders zijn ook opgenomen in de kunstcollectie van het Europees Parlement:
https://art-collection.europarl.europa.eu/nl/collections/lokomotiven/ en https://art-collection.europarl.europa.eu/nl/collections/wahle/.
[viii] Talvacchia, B. L., “Politics Considered as a Category of Culture: The Anti-Fascist Corrente Group”, Art History, Vol. 8, Nr. 3, 1985, blz. 336-355.
[ix] Fondazione Emilio e Annabianca Vedova, “Emilio Vedova: a biography through images”, te raadplegen via: https://www.fondazionevedova.org/emilio-vedova-una-biografia-immagini.
[x] Het kunstwerk werd in 1989 getoond in de solotentoonstelling “Claus Carstensen: Maghreb Journal” in Galleri Specta (Denemarken). Hoewel de titel in het aankoopdossier “El Arba” is, luidt de naam van het werk volgens deze catalogus eigenlijk “Ej Jemaa”, olie, 200 × 170 cm, 301288-150289.
[xi] Claus Carstensen, “What’s left (is republican paint) – Nine Sisters”, (tentoonstellingscatalogus), ARoS Aarhus Kunstmuseum, 2015, “Naast zijn artistieke werk was Claus Carstensen ook curator van talrijke tentoonstellingen, die allemaal gebaseerd zijn op conceptuele en formele verbanden die in de kunstgeschiedenis vaak over het hoofd worden gezien. In deze tentoonstellingen worden kunsthistorische classificaties en categorieën doorbroken om alternatieve verhaallijnen te creëren. Zo worden in de tentoonstelling “Becoming Animal” conceptuele en filosofische kwesties behandeld, maar gaat het ook om een formeel en morfologisch onderzoek naar overeenkomsten die zich herhalen in verschillende perioden, media en stijlen.”
[xii] Berlinische Galerie, “Angry pamphlet: “Pandemonic Manifesto” door Georg Baselitz en Eugen Schönebeck”, te raadplegen via: https://berlinischegalerie.de/en/collection/specialised-fields/artists-archives/pandaemonisches-manifest/; Morgan Library and Museum, “Baselitz schreef (deze manifesten) in 1961 en 1962 met zijn vriend Eugen Schönebeck in het kader van hun eerste tentoonstelling. Het manifest gaat over seks, dood en religie en drukt de chaos en verwarring van het naoorlogse Duitsland uit in een krachtige taal die beïnvloed is door de teksten van Samuel Beckett, Antonin Artaud en Comte de Lautréamont. Baselitz beschreef het manifest later als “niets anders dan woede met halfbakken ideeën”. “Geheel in lijn met de gruwelijke en intense beschrijvingen uit de teksten, tonen Baselitz’ tekeningen uit deze periode misvormde figuren en organische massa’s verwrongen, vormloze lichamen.”, beschikbaar op: https://www.themorgan.org/drawings/item/444549.